Een gasgestookte saunakachel verwarmt saunastenen met een echte gasvlam op propaan uit een gasfles. Hij brengt een buitensauna van 8 tot 12 m³ in 20 tot 25 minuten op temperatuur, zonder krachtstroom en zonder schoorsteen. De verbrandingsgassen voer je af via twee ventilatieopeningen: een toevoer naast de kachel en een afvoer hoog in de tegenoverliggende hoek.
Je wilt een buitensauna, maar een 400V-aansluiting trekken naar achter in de tuin is een behoorlijke klus. En een houtkachel met schoorsteen past niet bij je plek of bij je ritme. Dan lijken je opties op. Een gasgestookte saunakachel vult precies dat gat: de warmte en zachte stoom van een echt vuur, met het gemak van een knop. In dit artikel lees je hoe deze kachel werkt, voor welke sauna hij geschikt is, wat hij verbruikt en hoe je de aansluiting en ventilatie goed regelt.
Hoe werkt een gasgestookte saunakachel?
Een gasbrander onder een korf met saunastenen verwarmt de stenen en de lucht. Giet je water op de stenen, dan ontstaat zachte stoom.
De brander werkt op propaan, dat via een drukregelaar en gasslang uit een gasfles buiten de sauna komt. De vlam verhit ongeveer 35 kg saunastenen in een stalen korf. Die stenen houden de warmte vast en geven hem gelijkmatig af, net als bij een hout- of elektrische kachel. Hoe je de korf goed vult, lees je in ons artikel over je saunakachel vullen met stenen.
Het grote verschil met hout zit in de afvoer. Een gasgestookte saunakachel heeft geen schoorsteen. Bij de verbranding ontstaan vooral waterdamp en kooldioxide (CO2), die in de saunalucht blijven en via de ventilatieopeningen naar buiten gaan. Daarom is goede ventilatie bij gas geen detail maar een voorwaarde. Op vol vermogen heeft de kachel een vermogen van 8,1 kW. Zodra de sauna op temperatuur is, schakel je terug naar half vermogen. Een ODS-beveiliging bewaakt het zuurstofgehalte en sluit de gastoevoer automatisch af als dat te laag wordt of als de vlam dooft.
Voor welke sauna is een gasgestookte saunakachel geschikt?
Een gasgestookte saunakachel is bedoeld voor buitensauna's van 8 tot 12 m³ met natuurlijke ventilatie, waar geen krachtstroom of schoorsteen beschikbaar is.
De kachel komt het best tot zijn recht in drie situaties. Je hebt geen krachtstroom bij je sauna: saunakachels op 230V zijn er alleen voor kleine cabines, en een buitensauna vraagt met zijn extra warmteverlies al snel om 400V model. Een schoorsteen is geen optie, bijvoorbeeld door de vorm van je sauna of de afstand tot de buren. Of je wilt snel van je sauna genieten, zonder eerst een uur te stoken.
Denk aan een barrel sauna, een tuinsauna met overkapping of een andere van de buitensauna's met een inhoud tot 12 m³. Belangrijk: de sauna moet natuurlijke ventilatie hebben, dus openingen waar lucht vanzelf in- en uitstroomt. In een sauna met mechanische ventilatie, zoals een afzuigventilator, mag de kachel volgens de fabrikant niet worden geplaatst. Een volledig luchtdichte ruimte is evenmin geschikt. Wij adviseren een gasgestookte saunakachel daarom alleen voor buitensauna's.
Gasgestookt, houtgestookt of elektrisch: wat is het verschil?
Gas combineert de vlam en stoom van hout met het gemak van elektrisch: binnen 25 minuten warm, zonder schoorsteen en zonder krachtstroom.
Elk type saunakachel heeft zijn eigen sterke kant. Hout geeft het meest traditionele ritueel, elektrisch het meeste bedieningsgemak en gas zit daar precies tussenin. In deze tabel zie je de verschillen voor een buitensauna naast elkaar.
| Kenmerk | Gasgestookt | Houtgestookt | Elektrisch |
|---|---|---|---|
| Aansluiting | Propaanfles buiten de sauna | Geïsoleerd rookkanaal door dak of wand | 230V voor kleine kachels, 400V voor de meeste buitensauna's |
| Opwarmtijd | 20 tot 25 minuten | 1 tot 1,5 uur | 30 tot 60 minuten |
| Verbruik per sessie | 0,5 tot 0,75 kg propaan | 10 tot 15 kg hout | 6 tot 13 kWh |
| Afvoer verbrandingsgassen | Via natuurlijke ventilatieopeningen | Via de schoorsteen | Niet van toepassing |
| Bediening | Draaiknop, terugschakelen naar half vermogen | Vuur aanmaken en bijhouden | Thermostaat en saunabesturing |
| Onderhoud | Ventilatie vrijhouden, slang en drukregelaar controleren | As legen, schoorsteen jaarlijks vegen | Stenen controleren en zo nodig vervangen |
Twijfel je nog tussen hout en gas? In ons artikel over hoe een houtgestookte sauna werkt lees je wat stoken in de praktijk vraagt, en de houtgestookte saunakachels laten zien welke formaten er zijn. Wil je eerst het complete overzicht van vermogen en kachel per saunaformaat, lees dan welke saunakachel je nodig hebt.
Geeft een gasgestookte saunakachel dezelfde beleving als hout?
Bijna: je hebt een echte vlam, hete stenen en zachte stoom. Wat ontbreekt zijn het knisperende hout en de geur van een houtvuur.
De kern van een Finse sauna is de opgieting: water op hete stenen, een golf stoom die over je heen rolt. Die ervaring blijft met gas hetzelfde, omdat een grote massa stenen de warmte vasthoudt. Goede ventilatie helpt daarbij: de lucht blijft zuurstofrijk, waardoor de stoom zachter aanvoelt en ademen makkelijker gaat.
Wat je wint, is rust. Geen hout zagen, drogen en opslaan, geen vuur aanmaken en bijhouden tijdens je saunagangen, geen as opruimen achteraf. Je zet de kachel aan en na een kleine twintig minuten kun je erin. Wat je mist, is het stookritueel zelf. Voor wie juist dat ritueel zoekt, het knetteren van het vuur en de geur van brandend berkenhout, blijft een houtkachel de mooiste keuze. Voor wie vooral de warmte en de stoom zoekt, geeft gas dezelfde saunabeleving met een stuk minder voorbereiding.
Hoeveel gas verbruikt een gasgestookte saunakachel?
Op vol vermogen verbruikt de kachel 0,5 tot 0,59 kilo propaan per uur. Een complete sessie van anderhalf uur verbruikt hooguit 0,75 kilo.
Tijdens het opwarmen brandt de kachel op vol vermogen. Daarna schakel je terug naar half vermogen, en dan daalt het verbruik flink. In de tabel zie je het verbruik voor een uitgebreide sessie: opwarmen, drie saunagangen van 12 minuten en twee pauzes van 10 minuten.
| Fase | Duur | Vermogen | Propaanverbruik |
|---|---|---|---|
| Opwarmen | 20 tot 25 minuten | Vol | Ongeveer 0,15 tot 0,25 kg |
| Saunagangen en pauzes | Ongeveer 65 minuten | Half | Ongeveer 0,3 tot 0,5 kg |
| Complete sessie | Ongeveer 1,5 uur | Vol en half | 0,5 tot 0,75 kg |
| Eén gasfles van 10,5 of 11 kg | Ongeveer 14 sessies | Vol en half | Bij 0,75 kg per sessie |
Bij een vulprijs van 3 tot 4 euro per kilo propaan kost een sessie daarmee ongeveer 1,50 tot 3 euro. Dat is vergelijkbaar met een elektrische saunakachel bij een stroomtarief van 0,28 euro per kWh. De winst van gas zit dus niet in de energierekening, maar in de aansluiting en de opwarmtijd. In ons artikel over wat een saunakachel verbruikt vergelijk je het verbruik van elektrische en houtgestookte kachels.
Wat heb je nodig om een gasgestookte saunakachel aan te sluiten?
Je hebt de kachel, ongeveer 35 kg saunastenen, een propaanfles en een aansluitset met drukregelaar, gasslang en slangklemmen nodig voor je eerste sessie.
Plaats de kachel op een vlakke, stevige ondergrond die het gewicht met stenen draagt. Staat hij op een houten vloer of een andere brandbare ondergrond, leg dan een onbrandbare plaat onder de kachel. De saunastenen worden niet met de kachel meegeleverd, net als de aansluitset.
De gasfles staat altijd buiten de sauna, op een goed geventileerde en beschutte plek. Mocht er ooit een klep of slang lekken, dan komt het gas zo nooit in de saunaruimte terecht. Een aansluitset bestaat uit een drukregelaar met manometer, een gasslang van ongeveer 3 meter, twee rvs slangklemmen en een hittebestendige beschermkous voor het stuk slang vlak bij de kachel. Met 3 meter slang zet je de fles dus direct naast de sauna. Twijfel je over de aansluiting, laat die dan controleren door een erkend gasinstallateur.
Propaan of butaan: wat werkt in de winter?
Kies altijd propaan. Butaan verdampt bij temperaturen rond 0 °C nauwelijks nog, waardoor de gasdruk wegvalt en de brander zwak brandt of afslaat. Propaan blijft verdampen tot ongeveer -42 °C en werkt dus ook bij strenge vorst. Omdat je een buitensauna juist in de koude maanden het meest gebruikt, is propaan de enige betrouwbare keuze. De aansluitset is daar ook op gemaakt.
Waar let je op bij ventilatie en veiligheid?
Zorg voor een toevoer van minimaal 350 cm² naast de kachel en een afvoer van minimaal 250 cm² hoog in de tegenoverliggende hoek.
Omdat er geen schoorsteen is, doet de ventilatie al het werk: verse lucht aanvoeren voor de vlam en voor jou, en warme lucht met vocht en CO2 afvoeren. Is de ventilatie te zwak, dan loopt het CO2-gehalte op en kan door onvolledige verbranding koolmonoxide (CO) ontstaan. De ODS-beveiliging schakelt de kachel uit voordat het gevaarlijk wordt, maar vertrouw nooit alleen op die beveiliging. Goed gedimensioneerde openingen zorgen dat hij niet hoeft in te grijpen.
Welke ventilatieopeningen heb je nodig?
De fabrikant geeft voor de toevoer en afvoer vaste minimummaten en een vaste plek in de sauna. Houd daarnaast de veilige afstanden rond de kachel aan.
| Eis | Waarde | Waarom |
|---|---|---|
| Toevoeropening | Minimaal 350 cm² vrije doorlaat, bijvoorbeeld 200 x 175 mm of rond 210 mm | Zuurstof voor de brander en de saunagangers |
| Plaats toevoer | Direct naast de kachel: midden van de opening 25 tot 40 cm boven de vloer, onderrand op branderhoogte of iets hoger | Verse lucht wordt meteen opgewarmd, geen koude tocht langs de vloer |
| Afvoeropening | Minimaal 250 cm² vrije doorlaat, bijvoorbeeld 200 x 125 mm of rond 180 mm | Afvoer van warme, vochtige lucht en CO2 |
| Plaats afvoer | Tegenoverliggende bovenhoek: midden van de opening minder dan 25 cm onder het plafond | Warme lucht hoopt zich op onder het plafond |
| Hoogteverschil | Minimaal 1,5 meter tussen toevoer en afvoer | Hoe groter het verschil, hoe sterker de natuurlijke trek |
| Afstand tot brandbaar materiaal | 200 mm rondom, 50 mm met hitteschild, 1.000 mm vrij boven de kachel | Voorkomt oververhitting van wanden en plafond |
Hoe gebruik je de ventilatie tijdens en na je sessie?
Let op de vrije doorlaat: roosters en lamellen kunnen de effectieve opening tot de helft verkleinen. Houd beide openingen tijdens het saunabaden altijd open. Bij strenge vorst mag je de afvoer tijdens het opwarmen iets kleiner zetten, maar nooit dicht. Na je sessie zet je de openingen helemaal open en de deur op een kier, zodat vocht en restgassen wegtrekken en je sauna goed droogt. Een CO-melder is niet verplicht, maar geeft extra zekerheid. Meer over de principes lees je in ons artikel over hoe sauna ventilatie werkt.